Hoge Israëlische eer door onderduikertje
van onze verslaggever Jan Butter
Heemskerk-
Moe en pa Kunnen van de
Maerelaan in Heemskerk waren helden. Voor hun joodse onderduikkind Louky
Israëls, nu 69 jaar, staat het vast. Hij straalt omdat zijn pleegouders in de
Tweede Wereldoorlog gisteren - postuum - zijn geëerd met de hoogste Israëlische
onderscheiding, Yad Vashem.
Honderd leerlingen van het Fons Vitae Lyceum in
Amsterdam luisteren naar Israëls die als gastles zijn onderduikverhaal vertelt.
Ademloos. Een geschiedenis met 'laaghartige verraders', maar ook helden en
heldinnen. Onder wie het gezin Kunnen in het huisje Maerelaan 11. ,,Ze hadden
het niet breed. We aten lawaaisoep en tulpenbollen.'' Toch was Louky welkom.
Het verhaal is anderhalf jaar geleden al gepubliceerd onder de titel 'De zorg'.
Het joodse jochie, 7 jaar en op de vlucht voor de Duitsers, vindt een warm
onderduikadres in Heemskerk. Het gezin telde negen blonde kinderen en ineens
waren er tien, van wie eentje donker. De Heemskerkers wisten het wel, maar ze
zwegen. Een bijzondere familie in een bijzonder dorp, aldus Israëls.
Jeruzalem
Het boek, geschreven door de pas overleden Coen van Harten, was de Israëlische
ambassadeur niet ontgaan. Pa en moe zijn in de jaren zestig overleden, maar hun
daden zijn niet verjaard. Hun kinderen Bep, Wim, Jan waren aanwezig om de Yad
Vashem in ontvangst te nemen. Hun namen worden voor eeuwig gebeiteld in de 'Muur
der rechtvaardigen' in Jeruzalem.
,,De onderscheiding is terecht'', zegt Jan Kunnen na afloop van de plechtigheid.
Zus Bep en broer Wim vallen hem bij. ,,Ze hebben het verdiend. Maar helden? Ze
waren eenvoudige mensen.'' De kinderen weten nog goed dat hun 'broertje' kwam.
,,Op een dag kwamen we uit school en daar stond Louky. Hij komt bij ons wonen,
zeiden onze ouders. Een achternaam kregen we niet. Hij heette Kunnen. Klaar.''
Wim Kunnen zegt dat ze waren geschrokken van het boek. Want Louk vertelt ronduit
over hun zus Koba die verkering had met een Duitse soldaat. Anderzijds, ze
werkte op Marquette waar de Duitsers zaten en smokkelde eten mee naar huis waar
nòg een onderduiker zat. ,,Louk schreef dingen die wij waren vergeten.'' De
schrik is nu voorbij, ook omdat Israëls met zo veel warmte over hun zus vertelt.
Louk Israëls is heel blij met de postume erkenning voor zijn pleegouders. Het is
een direct gevolg van het boek, maar het was niet de reden om het te schrijven.
,,Er werd nooit over gesproken in mijn familie. Ja, over de vrolijke dingen,
niet over wat er echt is gebeurd. Ik wilde dat hiaat opvullen. Gaandeweg kon ik
mij steeds meer herinneren, daar stond ik zelf versteld van.''